Wanneer mensen gebruik maken van de informatie technologie dienen zij rekening te houden met een aantal juridische regels , regels dewelke ook van toepassing zijn bij handelsrelaties die via de klassieke weg verlopen.
Zo vormt het overeenkomstenrecht de basis van elke economische bedrijvigheid. Vennootschappen, KMO’s en ook kleinere zelfstandigen worden voortdurend geconfronteerd met contracten en contractsvoorwaarden.
Maar ook buiten deze professionele activiteiten zijn overeenkomsten en hun gevolgen dagelijkse realiteit. Het aanvaarden van een factuur, het boeken van een vakantie of het aangaan van een verzekering of een lening zijn slechts enkele van de vele voorbeelden.
Een overeenkomst komt tot stand door de wilsovereenstemming tussen twee of meer partijen waarbij wederzijds afspraken worden gemaakt tot het verrichten van bepaalde prestaties.
Partijen beslissen zelf om zich te verbinden en hebben de mogelijkheid om hun afspraken voor de rechter af te dwingen indien ze niet vrijwillig worden nageleefd.
De wilsautonomie van de contracterende partijen is de basis van het Belgisch overeenkomstenrecht. Het sluiten van overeenkomsten wordt gekenmerkt door een grote contractsvrijheid waarbij de partijen in principe weinig gehinderd worden door vormelijke of inhoudelijke beperkingen.
Wanneer de wil van de ene partij overeenstemt met de wil van de andere partij komt de overeenkomst tot stand. Wanneer bv. de ene partij akkoord is om zijn huis te verkopen tegen een prijs van X Euro, en de andere partij akkoord is om datzelfde huis te kopen tegen datzelfde bedrag , dan is er wilsovereenstemming en komt het contract tot stand. Dit contract moet nageleefd worden door de partijen: het contract is wet voor de partijen.
Deze contractsvrijheid wordt wel beperkt door fundamentele normen als de openbare orde en de goede zeden. Daarnaast mag men door de uitoefening van zijn contractsvrijheid de rechten en vrijheden van anderen niet begrenzen.
In de praktijk blijkt de wilsautonomie echter vaak onbestaande. Minstens dient er in de verhouding tussen de contracterende partijen een onevenwicht vastgesteld te worden. Grote ondernemingen hebben vaak een machtspositie en dringen hun wil op in de vorm van standaardbedingen, contractsvoorwaarden en kleine lettertjes. Ook misleidende reclame en ontoereikende informatie aan de consument zorgen vaak voor scheefgetrokken verhoudingen.
De wetgever heeft een aantal initiatieven genomen die de contractsvrijheid enigszins beperken maar het evenwicht tussen de contracterende partijen trachten te herstellen. De belangrijkste wetgevende initiatieven op dit vlak zijn:
- De Wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet die tot doel heeft misbruiken te voorkomen bij kredietopening en verkoop op afbetaling.
- De Wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. Deze wet bepaalt in het algemeen dat elk beding in een overeenkomst dat een onevenwicht schept tussen verkoper en consument in principe nietig is. Daarnaast heeft de wet een lijst ingevoerd van meer concrete onrechtmatige bedingen. De voorlichting van de consument is één van de basisprincipes van deze wet en ook de verkoop op afstand wordt aan banden gelegd.
- De Wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst beschermt dan weer de verzekeringnemer tegen de machtspositie van verzekeringsmaatschappijen.
Anderzijds moet ook met het klassieke verbintenissenrecht rekening gehouden worden bij het sluiten van een overeenkomst: Zo zijn er de wilsgebreken die een normale contractvorming verhinderen : bedrog, dwaling , geweld en benadeling zijn omstandigheden die een contract nietig maken . Een voorbeeld van bedrog als koopvernietigend gebrek : wanneer iemand U een nieuw gemaakte kast verkoopt , doch laat uitschijnen dat het over waardevol antiek gaat dan kan U de nietigheid van de verkoop inroepen op grond van bedrog.
Ook kunnen bepaalde omstandigheden m.b.t. de persoon van de contractpartij de geldigheid van de verkoop aantasten : zo beschikken onbekwamen en minderjarigen niet over de vereiste hoedanigheid om geldige overeenkomsten af te sluiten.
De beginselen van het overeenkomsten- en verbintenissenrecht blijven ook van toepassing op contracten die gesloten worden via moderne communicatiemiddelen. Men kan overeenkomsten sluiten via mails, men kan goederen en diensten kopen en verkopen via het internet… Ook voor deze moderne vormen van contracteren geldt het beginsel van de contractsvrijheid. En ook deze contracten en contractsvoorwaarden worden beheerst door bovengenoemde beschermende wetten en algemene beginselen van het verbintenissenrecht.
E-commerce en andere overeenkomsten via moderne communicatie brachten echter eigen misbruiken en problemen met zich mee zodat een specifieke regelgeving zich opdrong. Waarover later meer…
Mrs. Yves Daenen en Annelies Santens
Dit artikel werd geschreven door : Advokatenkantoor "Omnius". Europalaan 50 bus 2 3600 Genk yvesdaenen@omnius.be